07:2026

De 7 meest gemaakte fouten bij Peppol e-facturatie

Sinds 1 januari 2026 is Peppol verplicht voor vrijwel alle Belgische ondernemingen die factureren aan andere btw-plichtige ondernemingen. De overstap naar Peppol e-facturatie heeft ondertussen heel wat bedrijven geholpen om hun administratie te digitaliseren, maar zes maanden later zien we ook dat dezelfde fouten regelmatig terugkomen.

Niet omdat ondernemers niet mee willen, maar omdat Peppol vaak gezien wordt als een technische verplichting in plaats van een kans om processen slimmer in te richten.

Welke fouten zien we vandaag het vaakst? En hoe haal je meer uit Peppol dan alleen wettelijke conformiteit?

Wat is Peppol en waarom is het verplicht?

Peppol (Pan-European Public Procurement Online) is een beveiligd netwerk waarmee ondernemingen elektronische facturen rechtstreeks tussen softwarepakketten kunnen uitwisselen.

Sinds 1 januari 2026 is Peppol verplicht in België voor bijna alle b2b-transacties tussen btw-plichtige ondernemingen.

Het doel van Peppol is duidelijk:

  • minder manuele verwerking
  • minder fouten
  • snellere factuurverwerking
  • meer efficiëntie in de administratie

Maar om die voordelen te realiseren, moet Peppol correct gebruikt worden.

Fout 1: Denken dat een pdf-factuur hetzelfde is als Peppol

Een van de meest voorkomende misverstanden rond Peppol facturatie is dat een pdf-factuur via e-mail voldoende zou zijn. Dat klopt niet.

Een pdf is slechts een digitale afbeelding van een factuur. Een echte Peppol factuur bevat gestructureerde data die automatisch gelezen en verwerkt kan worden door boekhoudsoftware.

👉 Een factuur per e-mail versturen is dus geen Peppol e-facturatie.

Fout 2: Peppol enkel gebruiken voor uitgaande facturen

Veel ondernemingen hebben hun verkoopfacturen succesvol aangesloten op Peppol, maar verwerken aankoopfacturen nog steeds manueel. Daardoor blijft een groot deel van de efficiëntiewinst verloren gaan.

De echte kracht van Peppol e-facturatie zit net in het volledig digitaliseren van de factuurstroom.

Hoe minder manuele tussenstappen, hoe sneller je administratie werkt.

Fout 3: Geen interne workflow koppelen aan Peppol

Peppol automatiseert de verzending en ontvangst van facturen.

Peppol automatiseert niet je interne goedkeuringsproces.

We zien regelmatig bedrijven die technisch perfect aangesloten zijn op Peppol, maar waar facturen alsnog blijven hangen omdat niemand weet wie ze moet goedkeuren.

Een succesvolle Peppol-implementatie vraagt dus ook een duidelijke workflow.

Fout 4: Leveranciers en klanten niet meenemen in je Peppol-strategie

Een succesvolle overstap naar Peppol stopt niet bij je eigen onderneming. Wanneer leveranciers deels via Peppol werken en deels via e-mail factureren, ontstaat er vaak een hybride situatie die extra administratie veroorzaakt.

Daarom loont het om leveranciers en klanten actief te stimuleren om ook via Peppol te werken.

Fout 5: Denken dat Peppol je boekhouding automatisch doet

Peppol wordt soms voorgesteld alsof het alle administratieve uitdagingen oplost. Dat is niet zo.

Peppol is een netwerk voor elektronische facturen. Geen boekhoudpakket en geen vervanging van interne processen. De kwaliteit van je administratie blijft afhankelijk van:

  • correcte data
  • goede workflows
  • duidelijke opvolging

Peppol maakt je administratie efficiënter, maar neemt het denkwerk niet weg.

Fout 6: De data uit Peppol niet gebruiken

Veel ondernemingen gebruiken Peppol vandaag enkel om facturen te verzenden en ontvangen. Maar de grootste meerwaarde van Peppol zit vaak in de data die beschikbaar komt.

Met een goed ingericht systeem krijg je sneller inzicht in:

  • openstaande facturen
  • cashflow
  • marges
  • kostenstructuren

Wie Peppol gebruikt als bron van managementinformatie haalt veel meer rendement uit de digitalisering.

Fout 7: Denken dat je Peppol-project afgerond is

"We zijn aangesloten op Peppol, dus we zijn klaar."

Dat horen we regelmatig. In werkelijkheid is de aansluiting vaak pas het begin.

Na enkele maanden wordt meestal duidelijk:

  • welke processen nog manueel verlopen
  • waar tijd verloren gaat
  • welke automatiseringen nog mogelijk zijn

De meest succesvolle ondernemingen beschouwen Peppol niet als een verplichting, maar als een hefboom voor verdere digitalisering.

Wat zien wij bij Peppol in de praktijk?

Bij Tudors merken we dat bedrijven die het meeste voordeel halen uit Peppol e-facturatie niet noodzakelijk de meest digitale bedrijven zijn. Het zijn meestal de ondernemingen die bereid zijn hun processen kritisch te bekijken en hun administratie slimmer in te richten.

Peppol draait uiteindelijk niet alleen om facturen. Het draait om efficiënter ondernemen.

Conclusie: haal meer uit Peppol dan alleen wettelijke conformiteit

Zes maanden na de invoering van de verplichte Peppol e-facturatie zien we dat de grootste uitdagingen zelden technisch zijn. De echte winst zit in het optimaliseren van processen, workflows en inzichten.

Wie Peppol enkel gebruikt omdat het verplicht is, mist een groot deel van het potentieel. Wie Peppol inzet als onderdeel van een bredere digitaliseringsstrategie, wint tijd, verhoogt de kwaliteit van zijn administratie en krijgt sneller inzicht in zijn cijfers.

💬 Wil je weten of jouw onderneming vandaag alles uit Peppol haalt wat erin zit? Neem contact op via www.tudors.be. We denken graag met je mee.

19ffe481-9f31-4bbd-9d79-a5fd9bb2da07 (1)

Maaltijdcheques in 2026: wat verandert er en wat moet jij als ondernemer doen?

Vanaf 1 januari 2026 zijn de regels rond maaltijdcheques in België aangepast. De maximale waarde stijgt, wat op het eerste gezicht goed nieuws is voor zowel werkgevers als werknemers. Maar zoals vaak in fiscaliteit: wat eenvoudig lijkt, vraagt in de praktijk toch de nodige aandacht.

In deze blog leggen we helder uit wat er verandert rond maaltijdcheques, voor wie dit relevant is en welke acties je best onderneemt.

Wat zijn maaltijdcheques en waarom zijn ze interessant?

Maaltijdcheques zijn een van de meest gebruikte extralegale voordelen in België. Ze laten toe om medewerkers op een fiscaal voordelige manier extra koopkracht te geven.

Onder de juiste voorwaarden zijn maaltijdcheques:

  • vrijgesteld van sociale bijdragen
  • vrijgesteld van belastingen
  • volledig aftrekbaar voor de werkgever

Dat maakt ze een efficiënte manier om nettoloon te optimaliseren zonder de loonkost drastisch te verhogen.

Maar: de spelregels zijn duidelijk en moeten correct toegepast worden.

Nieuwe regels voor maaltijdcheques vanaf 2026

De belangrijkste wijziging vanaf 2026? De maximale waarde van de maaltijdcheques stijgt.

  • Tot eind 2025: maximaal €8 per werkdag
  • Vanaf 1 januari 2026: maximaal €10 per werkdag

De verdeling ziet er als volgt uit:

  • Werkgeversbijdrage: stijgt van €6,91 naar €8
  • Persoonlijke bijdrage werknemer: blijft €2

👉 Het resultaat: een hoger netto voordeel voor de werknemer, zonder bijkomende sociale lasten.

Op papier een duidelijke win-win. In de praktijk moet je hier als ondernemer wel iets mee doen.

Wordt de verhoging van maaltijdcheques automatisch toegepast?

Kort antwoord: niet noodzakelijk.

Hoewel de wettelijke grens stijgt, wordt de effectieve verhoging niet altijd automatisch doorgevoerd.

In de praktijk zien we twee scenario’s:

  • Sommige sociaal secretariaten passen de verhoging automatisch toe
  • Andere verwachten een expliciete bevestiging van de werkgever

👉 Doe je niets? Dan bestaat de kans dat je maaltijdcheques gewoon op €8 blijven staan.

En dat betekent: je laat potentieel voordeel liggen - voor jezelf én voor je medewerkers.

Wat betekenen maaltijdcheques concreet voor jou als werkgever?

Als je vandaag al maaltijdcheques toekent, sta je voor een keuze.

1. Je verhoogt naar €10

  • Meer netto voordeel voor je medewerkers
  • Geen extra sociale lasten
  • Sterker loonpakket in een competitieve arbeidsmarkt

In tijden waarin talent schaars is, speelt dit meer mee dan je denkt.

2. Je blijft op €8

  • Geen bijkomende kost
  • Maar mogelijk minder aantrekkelijk als werkgever

Steeds meer bedrijven kiezen ervoor om het maximumbedrag toe te kennen, net om competitief te blijven.

Maaltijdcheques voor zelfstandigen: wat kan en wat niet?

De regels rond maaltijdcheques verschillen afhankelijk van je statuut.

Eenmanszaak

  • Zonder personeel: geen maaltijdcheques mogelijk
  • Met personeel: enkel voor werknemers, niet voor jezelf

Vennootschap

  • Maaltijdcheques zijn mogelijk voor personeel
  • Ook voor de bedrijfsleider, maar enkel als het personeel ze ook ontvangt

👉 Dit is een belangrijk aandachtspunt dat vaak over het hoofd wordt gezien.

Daarnaast geldt nog een belangrijke beperking:
maaltijdcheques kunnen niet gecombineerd worden met dagvergoedingen, aangezien die ook maaltijdkosten dekken.

Waar moet je extra op letten bij maaltijdcheques?

De wijziging lijkt eenvoudig, maar in de praktijk zien we vaak fouten of gemiste optimalisaties.

Let zeker op volgende punten:

  • Worden maaltijdcheques correct toegekend per effectief gewerkte dag?
  • Is de verdeling tussen werkgever en werknemer correct?
  • Past dit binnen je totale loonstrategie?
  • Vermijd je dubbele voordelen (zoals combinatie met dagvergoedingen)?

👉 Fouten in maaltijdcheques lijken klein, maar kunnen bij controle snel oplopen.

Wat doe je best nu als ondernemer?

We zijn intussen april 2026 - de wijziging is dus al in voege.

Daarom is dit hét moment om even stil te staan bij je situatie:

  • Controleer of je vandaag maaltijdcheques toekent
  • Kijk na welk bedrag momenteel wordt toegepast
  • Ga na hoe je sociaal secretariaat met de verhoging is omgegaan
  • Beslis of je wil optrekken naar €10
  • Evalueer of maaltijdcheques nog optimaal passen in je verloningsstructuur

👉 Kleine aanpassing, maar met impact op je loonkost én aantrekkelijkheid als werkgever.

Conclusie: maaltijdcheques blijven een slimme keuze - mits correcte aanpak

De verhoging van maaltijdcheques in 2026 is positief, maar vraagt een bewuste keuze. Wie actief optimaliseert, haalt het meeste voordeel - wie niets doet, mist kansen.

Bij Tudors kijken we niet alleen naar wat mogelijk is, maar vooral naar wat past binnen jouw totale plaatje: loon, fiscaliteit en strategie.

Twijfel je of maaltijdcheques voor jou interessant zijn? Of wil je zeker zijn dat alles correct is opgezet? We bekijken het graag samen met je. Let’s talk.

4f15fc64-5661-4697-a11b-5c9cc1d7e3fb

Btw in 2026: wat verandert er door de modernisering van de btw-ketting?

Vanaf 1 mei 2026 wordt een belangrijke stap gezet in de modernisering van de btw-ketting in België. Deze hervorming heeft als doel om het btw-systeem eenvoudiger, transparanter en efficiënter te maken - zowel voor ondernemers als voor de administratie.

Maar wat betekenen deze wijzigingen concreet voor jou als ondernemer? En waar moet je vandaag al rekening mee houden?

In deze blog zetten we de belangrijkste veranderingen rond btw in 2026 helder voor je op een rij.

Modernisering van de btw: waarom deze hervorming?

De Belgische overheid wil met deze hervorming de btw-processen digitaliseren en centraliseren. Het doel is drieledig:

  • meer duidelijkheid in je btw-positie
  • meer flexibiliteit in betalingen en terugbetalingen
  • en een stimulans voor correct en tijdig gedrag

Voor ondernemers betekent dit vooral: minder versnippering, maar ook een andere manier van werken.

De btw-provisierekening vervangt de rekening-courant

Een van de grootste wijzigingen in de btw-hervorming is de invoering van de btw-provisierekening.

Vanaf de btw-aangiften van: april 2026 (maandaangevers) en het tweede kwartaal 2026 (kwartaalaangevers), worden je btw-saldi niet langer beheerd via de klassieke rekening-courant, maar via deze nieuwe provisierekening.

Wat betekent dit concreet?

De provisierekening geeft een duidelijk overzicht van:

  • je btw-schulden
  • je btw-tegoeden
  • en alle bewegingen binnen je btw-dossier

Eén centraal systeem dus, in plaats van verschillende losse elementen.

Afschaffing van de btw-vakantieregeling

Een andere belangrijke wijziging: de vakantieregeling in de btw wordt afgeschaft.

Tot nu toe konden bepaalde deadlines tijdens vakantieperiodes versoepeld worden. Dat systeem verdwijnt.

📌 Belangrijk: door tussenkomst van het ITAA wordt er in 2026 wel soepel omgegaan met eventuele boetes, gezien het een overgangsjaar is.

Toch blijft de boodschap duidelijk: tijdig indienen en betalen wordt nog belangrijker.

Btw beheren via MyMinfin

Met de modernisering wordt MyMinfin hét centrale platform voor je btw-administratie.

Vanaf 2026 zal je via MyMinfin:

  • je btw-tegoeden kunnen raadplegen
  • betalingen kunnen opvolgen
  • terugbetalingen kunnen aanvragen

Alles wordt gecentraliseerd in één digitaal platform. Voor veel ondernemers betekent dit een stap vooruit in transparantie - op voorwaarde dat het correct wordt opgevolgd.

Nieuw rekeningnummer voor btw-betalingen

Vanaf 1 mei 2026 geldt er ook een nieuw rekeningnummer voor btw-betalingen:

👉 BE41 6792 0036 4210

Dit lijkt een detail, maar is cruciaal in de praktijk.

📌 Waar moet je op letten?

  • Controleer je lopende betaalopdrachten
  • Pas je banktemplates aan
  • Informeer eventueel je boekhouder of financieel verantwoordelijke

Foutieve betalingen kunnen vertragingen of misverstanden veroorzaken.

Wijzigingen in btw-teruggaven

Ook de regels rond btw-teruggaven worden aangepast.

Teruggave via btw-aangifte

Een terugbetaling via de periodieke btw-aangifte is vanaf 2026 enkel mogelijk tot het bedrag dat in rooster 72 staat.

Teruggave via provisierekening

Het volledige btw-tegoed op je provisierekening kan je op elk moment aanvragen via MyMinfin

Dit zorgt voor meer flexibiliteit, maar vraagt ook een actievere opvolging.

Wat gebeurt er met je huidige btw-saldo?

Een veelgestelde vraag: wat gebeurt er met het saldo op je huidige rekening-courant op 30 april 2026?

Situatie 1: alles is in orde

Heb je:

  • alle btw-aangiften correct ingediend
  • geen openstaande verplichtingen

Dan wordt het volledige saldo automatisch overgezet naar je nieuwe provisierekening.

Situatie 2: ontbrekende aangiften

Zijn er nog ontbrekende aangiften?

Dan krijg je nog enkele weken de tijd om deze in te dienen.

Daarna zal de administratie beslissen:

  • of het saldo wordt terugbetaald
  • of gebruikt wordt om openstaande schulden te vereffenen

Wat moet je als ondernemer nu doen?

De btw-hervorming brengt kansen, maar vraagt ook voorbereiding.

Dit doe je best vandaag al:

  • Controleer of je btw-aangiften volledig up-to-date zijn
  • Pas het nieuwe rekeningnummer aan in je systemen
  • Ga na hoe je betalingen vandaag verlopen
  • Maak je vertrouwd met MyMinfin
  • Bespreek met je accountant hoe jij dit best aanpakt

Conclusie: btw wordt eenvoudiger, maar vraagt een andere aanpak

De modernisering van de btw-ketting in 2026 is een belangrijke stap richting een meer digitaal en transparant systeem.

Voor ondernemers betekent dit:

  • meer overzicht
  • meer controle
  • maar ook meer verantwoordelijkheid

Bij Tudors volgen we deze evoluties van dichtbij op en begeleiden we onze klanten stap voor stap door deze overgang.

Wil je zeker zijn dat jouw btw-administratie correct is afgestemd op de nieuwe regels? We bekijken het graag samen met je.

d75fc95c-f305-4c75-8b94-7456eed0fe4d

Btw-aftrek bij gemengd gebruik: wat mag je écht aftrekken?

Gebruik je als ondernemer een wagen, laptop of smartphone zowel professioneel als privé? Dan krijg je te maken met een belangrijk btw-principe: gemengd gebruik.

In theorie klinkt de regel eenvoudig: je mag enkel de btw aftrekken op het beroepsmatige deel van het gebruik. In de praktijk roept dat vaak vragen op. Hoe bepaal je dat percentage? Wat aanvaardt de fiscus? En hoe vermijd je discussies bij een controle?

In deze blog leggen we helder uit hoe de regels rond btw en gemengd gebruik vandaag werken - en waar ondernemers het vaak fout inschatten.

Wat betekent gemengd gebruik voor btw?

Een bedrijfsmiddel is een goed dat je over meerdere jaren gebruikt binnen je onderneming. Denk aan:

  • een personenwagen
  • een laptop
  • een smartphone
  • een tablet
  • machines of ander materiaal

Wanneer zo’n goed niet uitsluitend professioneel gebruikt wordt, moet de btw-aftrek beperkt worden tot het beroepsmatige gebruik.

En net daar ontstaat vaak discussie. Want hoe bepaal je correct hoeveel procent professioneel gebruikt wordt? Dat hangt af van het type bedrijfsmiddel én van de methode die je toepast.

Btw-aftrek op personenwagens: dit zijn de regels

Bij personenwagens gelden specifieke regels. Zelfs wanneer een wagen hoofdzakelijk professioneel gebruikt wordt, is de btw-aftrek wettelijk beperkt tot maximaal 50%.

De fiscus aanvaardt verschillende methodes om dat beroepsgebruik te bepalen.

Werkelijk gebruik via rittenadministratie

Dit is de meest correcte methode. Je houdt een gedetailleerde administratie bij van:

  • professionele ritten
  • privéverplaatsingen
  • woon-werkverkeer

Op basis daarvan bereken je het exacte beroepspercentage.

👉 Nauwkeurig, maar administratief zwaar.

Semi-forfaitaire methode

Hierbij wordt het privégebruik berekend via een wettelijke formule. Het beroepsgebruik vormt vervolgens het resterende percentage.

Deze methode wordt in de praktijk vaak toegepast omdat ze eenvoudiger is dan een volledige rittenadministratie.

Forfaitaire btw-aftrek van 35%

Ondernemingen met minstens vier voertuigen kunnen in bepaalde situaties kiezen voor een forfaitair beroepsgebruik van 35%.

Dat zorgt voor eenvoud, maar is niet altijd de meest voordelige oplossing.

📌 Belangrijk: welke methode je ook kiest, je moet die minstens drie jaar consequent toepassen.

Btw op autokosten: dezelfde beperking geldt

De btw-beperking geldt niet alleen voor de aankoop van de wagen.

Ook op:

  • brandstof
  • onderhoud
  • herstellingen
  • leasing
  • banden
  • parkeerkosten
  • tol

moet hetzelfde beroepspercentage toegepast worden.

Gebruik je een wagen bijvoorbeeld voor 50% professioneel? Dan mag je ook op die kosten slechts 50% btw recupereren.

👉 Een fout die we vaak zien? Ondernemers die de aankoop correct beperken, maar andere autokosten toch volledig aftrekken.

Btw-aftrek bij lichte vrachtwagens

Voor lichte vrachtwagens gelden andere regels dan voor personenwagens.

Wanneer het voertuig voldoet aan de fiscale definitie van lichte vracht én uitsluitend professioneel gebruikt wordt, kan de btw in principe volledig aftrekbaar zijn.

Maar zodra er privégebruik meespeelt, moet ook hier een beperking toegepast worden.

De fiscus aanvaardt daarbij:

  • werkelijk gebruik
  • een forfaitair beroepsgebruik van 85% bij hoofdzakelijk professioneel gebruik
  • of 35% in andere situaties

👉 Ook hier geldt: consequent werken is cruciaal.

Btw op laptops, gsm’s en tablets

Bij laptops, smartphones en tablets ligt de situatie vaak iets eenvoudiger.

De administratie aanvaardt in veel gevallen een forfaitair beroepsgebruik van 75%.

Dat percentage geldt dan voor:

  • aankoop
  • abonnementen
  • leasing
  • huur
  • herstellingen

📱💻 Kies je voor dit forfait? Dan moet je dit wel consequent toepassen op gelijkaardige toestellen.

Herziening van btw: wat als het gebruik verandert?

Een btw-aftrek bij aankoop is niet altijd definitief.

Verandert het gebruik van een bedrijfsmiddel doorheen de jaren? Dan kan een correctie of herziening van de btw nodig zijn.

Denk bijvoorbeeld aan:

  • een wagen die meer privé gebruikt wordt
  • een laptop die later volledig professioneel ingezet wordt

De herzieningsperiode bedraagt:

  • 5 jaar voor roerende goederen
  • 15 jaar voor onroerend goed
  • 25 jaar bij btw-belaste verhuur

De correctie gebeurt via de btw-aangifte van het jaar waarin de wijziging plaatsvindt.

Hoe bepaal je het juiste btw-percentage in de praktijk?

In theorie zijn de regels duidelijk. In de praktijk blijft btw bij gemengd gebruik vaak maatwerk.

Want hoe intensief wordt een smartphone écht professioneel gebruikt? Hoeveel privéritten gebeuren met een wagen? Dat kan een accountant niet zomaar zelf bepalen.

Daarom werken we meestal op basis van:

  • jouw input
  • beschikbare gegevens
  • of een redelijke forfaitaire methode

Geef je geen specifieke informatie door? Dan passen we de btw-aftrek toe binnen de wettelijke grenzen en op basis van wat realistisch en verdedigbaar is.

👉 Voor personenwagens zien we bijvoorbeeld dat in de praktijk vaak maximaal 50% btw-aftrek toegepast wordt, tenzij er sterke argumenten zijn om daarvan af te wijken.

Belangrijk om te onthouden: het blijft uiteindelijk jouw verantwoordelijkheid dat het toegepaste percentage overeenstemt met de realiteit.

Conclusie: btw-aftrek bij gemengd gebruik vraagt een doordachte aanpak

Bij gemengd gebruikte bedrijfsmiddelen is btw-aftrek zelden zwart-wit. De fiscus laat verschillende methodes toe, maar verwacht wel dat die correct én consequent toegepast worden.

Daarnaast geldt de beperking niet alleen voor de aankoop, maar ook voor alle bijhorende kosten. Een correcte btw-aanpak voorkomt discussies bij controles én zorgt ervoor dat je geen btw laat liggen.

💬 Twijfel je of jouw btw-aftrek correct toegepast wordt? Bij Tudors bekijken we graag samen wat in jouw situatie verdedigbaar én fiscaal optimaal is.

20250901 - 1

Wat is meerwaardebelasting? Dit moet je als ondernemer weten vóór eind 2025

De Belgische regering bereikte in juli 2025 een politiek akkoord over de invoering van een meerwaardebelasting. Die gaat in vanaf 1 januari 2026 en kan grote gevolgen hebben voor wie investeert of aandelen bezit - ook als ondernemer of aandeelhouder in een familiebedrijf.

In deze blog leggen we helder uit wat meerwaardebelasting is, voor wie ze geldt, welke spelregels er komen en waarom eind 2025 een belangrijke deadline vormt.

Meerwaardebelasting: wat houdt het precies in?

De meerwaardebelasting is een nieuwe belasting die wordt geheven op de winst (meerwaarde) die je realiseert bij de verkoop van bepaalde activa. Denk aan aandelen, obligaties, beleggingsverzekeringen, crypto en zelfs bepaalde valuta.

Deze belasting geldt voor natuurlijke personen, niet voor vennootschappen. De bedoeling? Een solidariteitsbijdrage op winsten die niet eerder werden belast.

Welke producten vallen onder de meerwaardebelasting?

Het toepassingsgebied van de meerwaardebelasting is breed:

  • Aandelen, obligaties en andere financiële instrumenten
  • Tak 21- en tak 23-verzekeringen
  • Cryptomunten en andere digitale activa
  • Buitenlandse valuta en beleggingsgoud

Pensioenspaarformules zoals groepsverzekeringen en derde pensioenpijler-producten vallen buiten het toepassingsgebied.

Wie betaalt meerwaardebelasting?

De belasting is van toepassing op particuliere belastingplichtigen, dus natuurlijke personen die deze activa aanhouden in privé. Ondernemingen zelf vallen niet rechtstreeks onder deze regeling - maar ondernemers die hun vennootschap willen verkopen of aandelen overdragen in privé wél.

Zeker wie een familiebedrijf bezit of een gedeeltelijke exit plant, zal deze regeling moeten bekijken.

Meerwaardebelasting: de twee belastingregimes

De wet maakt een onderscheid tussen twee regimes:

1. Het investeerdersregime (< 20% participatie)

  • Jaarlijkse vrijstelling tot €10.000
  • Tot €15.000 mogelijk bij onbenutte vrijstellingen uit vorige jaren
  • Alles daarboven: 10% belasting

2. Het ondernemersregime (> 20% participatie)

  • Eenmalige vrijstelling tot €1.000.000
  • Daarna progressieve belasting van 1,25% tot 10%
  • Boven de €10.000.000: 10% vast tarief
  • De vrijstelling kan slechts één keer om de vijf jaar gebruikt worden

Let op: deze grens wordt per persoon bekeken. In familiebedrijven met meerdere aandeelhouders kan dit verrassingen opleveren.

Meerwaardebelasting en de deadline van 31 december 2025

De waardering op 31/12/2025 is cruciaal. Dat wordt het officiële referentiepunt:

  • Die “foto” bepaalt de toekomstige belastbare meerwaarde
  • Verkoop je voor eind 2030? Dan mag je terugvallen op je oorspronkelijke aankoopprijs
  • Verkoop je pas vanaf 2031? Dan telt de waarde op 31/12/2025

Daarom is het nu hét moment om verkoopplannen of herschikkingen grondig te herbekijken.

Meerwaardebelasting: wat met kosten, verliezen en waarderingen?

De wet laat weinig marge voor optimalisatie:

  • Enkel minwaarden in hetzelfde jaar mogen worden afgetrokken
  • Aankoopkosten, bewaarkosten of transactiekosten zijn niet aftrekbaar
  • Bij Belgische tussenpersonen komt er een bronheffing van 10%, ongeacht of je vrijstelling geniet

Dat maakt een goede voorbereiding en documentatie essentieel.

Wat betekent de meerwaardebelasting voor ondernemers?

Ben je ondernemer, aandeelhouder of investeer je privé? Dan zijn dit je actiepunten vóór eind 2025:

  • Laat een correcte waardering maken van je aandelen of activa
  • Herbekijk je beleggings- of exitstrategie
  • Raadpleeg je accountant om tijdig te optimaliseren

Vermijd verrassingen - én onnodige belastingdruk. Bij Tudors helpen we je hierbij met expertise, inzicht én de nodige strategische begeleiding.

Conclusie: bereid je nu voor op de meerwaardebelasting

De meerwaardebelasting is geen detailwijziging. Het raakt aan je vermogen, je investeringen én je exitstrategie. En hoewel nog niet alle praktische regels bekend zijn, is nu al duidelijk: wie zich goed voorbereidt, voorkomt onaangename fiscale verrassingen.

Heb je vragen over hoe dit jouw situatie beïnvloedt? Let's talk - wij bekijken het graag samen met jou.

20251020 - 1

Wat is een liquidatiereserve en wanneer loont het om die uit te keren?

De liquidatiereserve is al jaren een slimme manier voor kmo-vennootschappen om belastingvriendelijk winst te reserveren voor later. Maar recent zijn de spelregels veranderd. En dat zorgt voor vragen: Keer ik nu versneld uit tegen 6,5%? Of wacht ik toch liever op het tarief van 5%?

In deze blog zetten we alles op een rij - zodat jij strategisch de juiste keuze maakt.

Liquidatiereserve: wat is het?

Een liquidatiereserve is een bijzondere reserve die kmo-vennootschappen sinds 2014 kunnen aanleggen op hun na-belaste winst. Die reserve is bedoeld als buffer bij een latere vereffening van de vennootschap - maar kan ook als dividend worden uitgekeerd.

Het principe? Op het moment van de aanleg betaal je 10% belasting extra bovenop de gewone vennootschapsbelasting. In ruil daarvoor kan je het bedrag later, mits een wachtperiode, tegen een verlaagd tarief van 5% roerende voorheffing uitkeren als dividend. Of zelfs helemaal belastingvrij, als je wacht tot bij de vereffening.

Wat verandert er aan de liquidatiereserve vanaf 2025?

Tot nu gold voor een uitkering van een liquidatiereserve het volgende:

  • Binnen 5 jaar uitkeren = 20% roerende voorheffing
  • Na 5 jaar uitkeren = 5% roerende voorheffing
  • Bij vereffening = 0% roerende voorheffing

Maar sinds 29 juli 2025 wordt dit regime afgestemd op de regels van het vvpr-bis-stelsel. Wat betekent dit in de praktijk?

👉 Nieuwe liquidatiereserves (vanaf boekjaar 2025) kunnen al na 3 jaar worden uitgekeerd, maar wél aan een iets hoger tarief: 6,5% roerende voorheffing.

👉 Voor bestaande reserves (bijv. van boekjaar 2020 of 2021) krijg je de keuze:

  • Ofwel hanteer je het oude regime (wachten tot 5 jaar, 5% roerende voorheffing)
  • Ofwel stap je over op het nieuwe regime en keer je uit vanaf 3 jaar, aan 6,5%

Liquidatiereserve versneld uitkeren: slim of niet?

Heb je een liquidatiereserve van bijvoorbeeld boekjaar 2020? Dan kun je die vanaf nu die al uitkeren tegen 6,5%. Maar… als je wacht tot 1 januari 2026, zakt dat tarief naar 5%. Je bespaart dan 1,36% op de roerende voorheffing.

💡 Onze tip: heb je het geld niet dringend nodig? Wacht dan die extra paar maanden. Het levert je netto meer op.

En belangrijk: je moet altijd de oudste liquidatiereserve eerst uitkeren. Je kan dus niet eerst die van 2021 versneld uitkeren, en dan die van 2020 aan het lagere tarief.

Liquidatiereserve en vereffening: belastingvrij?

Ja, als je de liquidatiereserve pas opneemt bij de vereffening van je vennootschap, dan is er geen roerende voorheffing verschuldigd. De voorwaarde? De reserve moet correct aangelegd zijn én je moet effectief tot vereffening overgaan.

Voor managementvennootschappen die op termijn stoppen, kan dit een fiscaal interessante strategie zijn. Maar plan je om je vennootschap over te dragen of aan je kinderen te schenken? Dan vervalt die piste.

Liquidatiereserve en dividenden: wat met bijkomende voorwaarden?

Let op bij een versnelde uitkering:

  • Je hebt een bijzondere algemene vergadering nodig om het dividend formeel toe te kennen.
  • Een gewone jaarvergadering (voor 30 juni) is dus niet voldoende.
  • Zonder juiste toekenningsdatum betaal je alsnog het hogere tarief van 20%.

Liquidatiereserve en jouw strategie: hoe beslis je?

Elke situatie is anders. Daarom is het belangrijk om de juiste vragen te stellen:

  • Heb je het geld privé nú nodig?
  • Plan je een vereffening op termijn?
  • Wil je je vennootschap schenken of verkopen?
  • Past een alternatieve dividendstrategie beter bij je doelen?

Een overzichtelijke vuistregel?
👉 Versneld uitkeren is alleen interessant als je het geld echt nodig hebt.

Liquidatiereserve: concreet voorbeeld

Liquidatiereserve boekjaar 2020 - Uitkering in 2026

  • Inbreng: €146.666 winst vóór belastingen
  • 25% vennootschapsbelasting: €36.667
  • 10% heffing bij aanleg: €10.000
  • Netto liquidatiereserve: €100.000
  • Uitkering na 5 jaar: 5% roerende voorheffing = €5.000
  • Netto dividend: €95.000
  • Totale belastingdruk: 35,23%

Conclusie: liquidatiereserve verstandig inzetten

De liquidatiereserve blijft een nuttig instrument om winsten fiscaalvriendelijk opzij te zetten. Maar door de nieuwe regels verandert het moment van uitkeren mee met je strategie.

Twijfel je tussen versneld uitkeren of nog even wachten? Contacteer onze Tudors voor advies op maat.

 

20251117 - 1

Hoe bouw je een sterk kredietdossier op?

Een investering op til? Groeiplannen die financiering vereisen? Dan ontkom je er niet aan: het opstellen van een solide kredietdossier. Toch blijft dit voor veel ondernemers een vage of zelfs intimiderende opdracht. Wat moet er precies in zo’n kredietdossier staan? Waar let een bank écht op? En hoe maak je het verschil met je aanvraag?

Bij Tudors Accountancy begeleiden we ondernemers dagelijks bij het samenstellen van een kredietdossier dat niet alleen klopt op papier, maar ook overtuigt in de praktijk. In deze blog leggen we stap voor stap uit hoe jij dat aanpakt.

Wat is een kredietdossier?

Een kredietdossier is het volledige pakket aan documenten en informatie dat je aanlevert bij een bank of andere financieringsinstantie wanneer je een lening aanvraagt. Het is jouw manier om te tonen dat je project doordacht, realistisch én financieel haalbaar is.

Denk aan het kredietdossier als je zakelijke pitch op papier. Geen opsomming van cijfers alleen, maar een helder verhaal: wie ben je, waar wil je naartoe, hoe ga je dat doen - en hoe zit het financieel in elkaar?

Waarom een goed kredietdossier essentieel is

Banken nemen geen risico’s op buikgevoel. Ze willen zekerheid. En die start met een onderbouwd dossier.

Een sterk opgebouwd kredietdossier:

  • verhoogt je slaagkansen op financiering
  • versnelt de beslissingsprocedure
  • toont aan dat jij je cijfers begrijpt
  • legt meteen de basis voor een duurzame relatie met je kredietgever

Zonder duidelijk en geloofwaardig dossier is je aanvraag vaak een non-starter. Daarom is een goede voorbereiding essentieel.

Welke onderdelen horen in een kredietdossier?

Een compleet kredietdossier bestaat uit meerdere bouwstenen. Hieronder vind je een overzicht van de belangrijkste elementen die je moet voorzien.

1. Voorstelling van je onderneming

Wie ben jij als ondernemer? Wat doet je bedrijf? Hoe lang besta je al? Wie zijn je klanten en wat zijn je sterktes in de markt?

Een bank wil begrijpen wie ze voor zich hebben. Laat dus zien dat jij en je onderneming betrouwbaar zijn. Voeg ook eventueel een organogram toe, zeker als je deel uitmaakt van een grotere structuur.

2. Doel van de financiering

Wees concreet. Wat wil je financieren en waarom? Gaat het om de aankoop van een gebouw, de uitbreiding van je wagenpark of extra werkkapitaal? Leg uit wat de investering bijdraagt aan je toekomst.

3. Financiële cijfers

Hier draait het om de kern: de cijfers. Denk aan:

  • jaarrekeningen van de laatste drie jaar
  • balansen en resultatenrekeningen
  • recentste boekhoudkundige cijfers
  • cashflowoverzicht
  • ratio-analyse

Belangrijk: maak deze cijfers begrijpelijk. Voeg een toelichting toe en wijs zelf al op opvallende evoluties of trends. Transparantie geeft vertrouwen.

4. Toekomstgerichte plannen

Voorzie een realistisch financieel plan of een cashflowprojectie voor de komende jaren. Zo toon je niet alleen aan wat vandaag is, maar ook waar je naartoe wil - en hoe de financiering daarin past.

Let op: banken toetsen deze cijfers aan je historiek en de sectorgemiddelden. Werk dus met onderbouwde aannames, geen nattevingerwerk.

5. Eigen inbreng en zekerheden

Toon aan wat je zélf inbrengt. Banken verwachten meestal dat je als ondernemer ook zelf risico draagt. Dat kan via kapitaal, achtergestelde leningen of borgstellingen.

Vermeld ook welke zekerheden je eventueel kan aanbieden: pand op vastgoed, persoonlijke waarborg, verpanding van een vordering…

Wat maakt een kredietdossier écht overtuigend?

Je kredietdossier moet in de eerste plaats volledig, helder en correct zijn. Maar wie écht wil overtuigen, gaat nog een stap verder:

  • Toon dat je je cijfers begrijpt
    Banken willen samenwerken met ondernemers die financieel onderlegd zijn. Laat zien dat je weet waarover je spreekt.
  • Werk met een realistisch scenario
    Overdrijven werkt averechts. Toon dat je optimistisch, maar ook kritisch durft kijken naar je plannen.
  • Zorg voor begeleiding
    Een goed dossier opstellen is vakwerk. Bij Tudors Accountancy ondersteunen we je bij elk onderdeel: van cijfers tot strategie.

Veelgemaakte fouten bij een kredietdossier

Een paar klassieke valkuilen die we vaak tegenkomen:

  • Onvolledige of verouderde cijfers
  • Onduidelijke uitleg bij investeringsdoelen
  • Te rooskleurige cashflowprojecties
  • Geen duidelijk zicht op terugbetalingscapaciteit
  • Onderschatting van de impact van de lening op de onderneming

Een ervaren accountant voorkomt deze fouten - en verhoogt jouw kansen op succes.

Een kredietdossier opstellen? Tudors denkt mee.

Een sterk kredietdossier opent deuren. Maar het opstellen ervan is geen standaardwerk. Elk dossier moet kloppen met je onderneming, je ambities en je financiële realiteit.

Bij Tudors Accountancy helpen we je niet alleen met de cijfers, maar ook met het strategische verhaal errond. Zodat jouw kredietaanvraag méér is dan een Excel - maar een echt onderbouwde businesscase.

Interesse in begeleiding of een klankbord? Contacteer ons.

20260105 - 1

Autofiscaliteit in 2026: wat betekent het voor jou als ondernemer?

De autofiscaliteit in België is al enkele jaren in volle transformatie. Maar met de ingang van 2026 breekt er écht een nieuw tijdperk aan voor bedrijfswagens. Vooral voor ondernemers en zaakvoerders met een managementvennootschap is het belangrijk om te begrijpen wat de impact is op de aftrekbaarheid van voertuigen, brandstofkosten en het voordeel van alle aard.

In deze blog leggen we helder uit hoe de autofiscaliteit vanaf 2026 precies in elkaar zit - en vooral: wat jij vandaag al moet doen om je wagenpark fiscaal slim te organiseren.

Nieuwe autofiscaliteit vanaf 2026: wat verandert er?

De basisregel is eenvoudig: enkel emissievrije voertuigen blijven fiscaal aantrekkelijk. Heb je een wagenpark met benzine- of dieselwagens? Dan wordt 2026 het kantelpunt.

Vanaf 1 januari 2026:

  • Wagens met CO₂-uitstoot die vanaf 2026 besteld worden, zijn niet meer fiscaal aftrekbaar.
  • Voor wagens besteld tussen 1 juli 2023 en 31 december 2025 geldt een afbouwregeling:
    • 50% aftrekbaarheid in 2026
    • 25% in 2027
    • 0% in 2028
  • Elektrische wagens gekocht vanaf 2026 blijven nog 100% aftrekbaar, maar ook dat percentage daalt geleidelijk vanaf 2027:
    • 95% in 2027
    • 90% in 2028
    • … tot 67,5% in 2031

Plug-inhybrides: strengere regels, beperkte voordelen

De zogenaamde ‘valse hybrides’ (met te kleine batterij of hoge CO₂-uitstoot) worden vanaf 2026 nog zwaarder belast. Hun uitstoot wordt kunstmatig verhoogd (tot 2,5 keer), wat leidt tot een lager aftrekpercentage én een hoger voordeel alle aard.

Let op: deze strengere normen gelden voor voertuigen die onder de nieuwe Euro 6e-bis-norm vallen.

Ben je zelfstandige in de personenbelasting? Dan krijg je tijdelijk een aparte, gunstigere aftrekregeling. Maar vennootschappen vallen buiten dat voordeel.

Wat met woon-werkverkeer en brandstofkosten?

  • Brandstofkosten voor hybride wagens besteld vanaf 2026 zijn niet langer aftrekbaar.
  • Elektriciteitskosten voor het laden van EV’s blijven volledig aftrekbaar.
  • De forfaitaire kilometervergoeding van 0,15 euro voor woon-werkverkeer blijft enkel bestaan voor voertuigen die onder de overgangsregeling vallen.

👉 Kortom: wie nog geen plannen heeft om elektrisch te gaan rijden, zal dit vanaf 2026 fiscaal voelen.

Hoe zit het met het voordeel alle aard (VAA)?

Het VAA blijft van kracht, maar wordt zwaarder voor wagens met CO₂-uitstoot, zeker bij valse hybrides. De CO₂-uitstoot die gebruikt wordt in de berekening, stijgt aanzienlijk, wat resulteert in een hoger belastbaar voordeel in jouw personenbelasting.

Voor elektrische wagens blijft het VAA voorlopig aantrekkelijk, zeker bij modellen met een lagere cataloguswaarde en beperkte CO₂-impact.

Autofiscaliteit: vzw’s en rechtspersonenbelasting

Vanaf 2026 worden ook autokosten belastbaar voor vzw’s en andere organisaties onder de rechtspersonenbelasting. Autokosten zullen aan 25% worden belast, tenzij het gaat om voertuigen zonder CO₂-uitstoot die voor 31 december 2026 besteld zijn.

Voor nieuwe aankopen geldt hetzelfde schema als bij vennootschappen:

  • geen aftrek voor voertuigen met uitstoot
  • geleidelijke daling voor EV’s vanaf 2027

Autofiscaliteit: wat moet je nu doen als bedrijfsleider?

Ben je zaakvoerder of bestuurder van een managementvennootschap? Dan is autofiscaliteit in 2026 geen detailwijziging. Het raakt aan je loonstrategie, dividendpolitiek én de voordelen die je jezelf uitkeert.

✔️ Kies voor 100% elektrische wagens bij nieuwe bestellingen
✔️ Herbekijk je car policy en VAA-impact
✔️ Laat je begeleiden bij de aankoop of leasing van een nieuwe wagen

Conclusie: een strakker fiscaal kader - met ruimte voor slimme keuzes

De autofiscaliteit in 2026 maakt duidelijk dat CO₂-uitstotende wagens hun fiscale voordeel verliezen. Maar wie tijdig schakelt, kan nog optimaal profiteren van de overgangsmaatregelen en de juiste keuzes maken voor de lange termijn.

Bij Tudors Accountancy kijken we niet enkel naar de auto op zich, maar naar het grotere geheel: jouw verloning, fiscale planning én de toekomst van je vennootschap.

Heb je een nieuwe wagen op het oog of wil je je car policy herbekijken? Wij helpen je graag bij elke stap. 👉 Let’s talk.

02:2026

Lichte vrachtwagens: hoe een fiscale troef soms een dure grap wordt

Een lichte vracht is fiscaal interessant: 100% aftrekbaar in de vennootschap en vaak vrijgesteld van het voordeel van alle aard (VAA). Maar dat voordeel komt met valkuilen. Want een luxe SUV die omgebouwd wordt tot lichte vracht is niet automatisch ook fiscaal een lichte vracht. En daar loopt het bij ondernemers nog té vaak mis.

Wat is een lichte vracht?

Een lichte vrachtwagen is een voertuig dat volgens de inschrijving bij DIV géén personenwagen is, maar een “voertuig voor goederenvervoer”. Denk aan bestelwagens, kleine trucks of sommige 4x4’s die aan specifieke voorwaarden voldoen.

Fiscaal gezien is dat een interessant statuut:

  • 100% aftrekbaarheid van kosten én btw (bij correct gebruik)
  • Geen voordeel van alle aard bij privégebruik
  • Vaak een lagere verkeersbelasting

Maar… dat fiscale voordeel geldt alleen als je voertuig ook volledig voldoet aan de voorwaarden van de fiscus - en die zijn strenger dan wat de DIV of garagist zegt.

Pas op met omgebouwde luxewagens als ‘lichte vracht’

In de praktijk zien we vaak dat ondernemers luxe-SUV’s (zoals een Range Rover, BMW X5 of Mercedes GLE) aankopen die als lichte vracht worden verkocht. De wagen wordt dan omgebouwd (bijvoorbeeld door het wegnemen van de achterbank en het plaatsen van een laadruimte), en ingeschreven als lichte vracht.

Garagist en DIV: akkoord. Maar de fiscus? Die kijkt verder dan het inschrijvingsbewijs.

De fiscus kijkt naar de realiteit

De fiscus stelt zich één vraag: “Is dit voertuig écht bedoeld voor goederenvervoer, of gaat het hier over privécomfort onder het mom van een lichte vracht?”

Ze beoordelen o.a.:

  • de binnenruimte (is die écht geschikt voor transport?)
  • de uitrusting (is dit een werkvoertuig of een luxeauto?)
  • het gebruik (rij je er alleen mee naar klanten of ook op vakantie?)
  • de bouw en ombouw (werd dit professioneel uitgevoerd en permanent?)

Een wagen kan dus administratief een lichte vracht zijn, maar fiscaal tóch als een personenwagen behandeld worden. En dat heeft gevolgen.

De fiscale gevolgen: wat als de fiscus niet akkoord gaat?

Stelt de fiscus vast dat je ‘lichte vracht’ eigenlijk een personenwagen is? Dan is het resultaat vaak pijnlijk:

  1. Beperkte aftrekbaarheid: slechts 50% of minder van de autokosten in plaats van 100%.
  2. Voordeel van alle aard: als je het voertuig ook privé gebruikt, moet er een VAA berekend worden - met terugwerkende kracht.
  3. Boetes en interesten: bij controles kan je jaren terug worden aangepakt.
  4. BTW-correcties: ook de eerder gerecupereerde btw moet (gedeeltelijk) worden teruggestort.

Kortom: wat bedoeld was als een fiscaal slimme zet, kan eindigen als een dure tegenvaller.

Laat je adviseren vóór je bestelt

Bij Tudors Accountancy zien we het jammer genoeg regelmatig gebeuren: een klant koopt een omgebouwde SUV, enthousiast over het fiscaal voordeel - maar zonder voorafgaande check met zijn boekhouder of accountant.

📌 Onze tip? Contacteer ons vóór je een voertuig bestelt. We kunnen je snel zeggen of de wagen echt in aanmerking komt als lichte vracht, of je beter voor een andere oplossing kiest.

Let ook op:

  • Niet elk type voertuig komt in aanmerking voor 100% aftrek, zelfs al is het technisch een lichte vracht.
  • De manier waarop je de wagen gebruikt, telt ook. Gebruik je hem deels privé? Dan gelden andere regels.

Wanneer is een lichte vracht wél veilig aftrekbaar?

✔️ Het voertuig is constructief ontworpen voor goederenvervoer (bv. Mercedes Vito, Ford Transit, Volkswagen Caddy Cargo).

✔️ Er is geen dubbele rijzetel, of het gebruik als passagierswagen is uitgesloten.

✔️ De wagen wordt effectief professioneel gebruikt: voor leveringen, klantenbezoeken, transport van materiaal…

✔️ Je kan bij controle aantonen dat het geen privévoertuig in vermomming is.

👉 In dat geval kan je wél genieten van het fiscale voordeel.

20240205 - 1

Groepsaanbod fiscale rechtsbijstand: wijzigingen vanaf 1 maart 2024

Intro

In een steeds veranderend fiscaal landschap is het voor jou als ondernemer van cruciaal belang om goed geïnformeerd en beschermd te zijn. De fiscale wereld verandert continu, met nieuwe regelgevingen en richtlijnen die impact kunnen hebben op jouw bedrijfsvoering. In dit dynamische klimaat is het essentieel om een partner te hebben die jou niet alleen op de hoogte houdt, maar ook actief ondersteunt in het omgaan met deze veranderingen. Daarom willen we je graag informeren over enkele belangrijke wijzigingen in ons groepsaanbod fiscale rechtsbijstand, die vanaf 1 maart 2024 ingaan.

 

Introductie wachttijd van 1 maand voor nieuwe klanten

Een belangrijke wijziging in ons groepsaanbod is de invoering van een wachttijd van één maand voor nieuwe klanten. Deze maatregel is genomen om te zorgen voor een evenwichtige en eerlijke toegang tot onze diensten. Als je als nieuwe klant directe bescherming nodig hebt, is het aan te raden om je aansluiting vóór 1 maart te voltooien.

Deze wachttijd is bedoeld om een zorgvuldige verwerking van je aanvraag te garanderen en om ervoor te zorgen dat alle klanten de aandacht krijgen die ze verdienen. We willen hiermee ook voorkomen dat er misbruik wordt gemaakt van ons systeem en dat de kwaliteit van onze dienstverlening hoog blijft.

Het is belangrijk om te onthouden dat je inschrijving pas definitief is na ondertekening van de contracten en betaling van de premie. Dit zorgt ervoor dat alle administratieve processen correct zijn afgerond en dat je volledig beschermd bent vanaf het moment dat je dekking ingaat.

Voor meer informatie of een offerte kun je terecht in My Liantis, onder de tegel ‘fiscale rechtsbijstand’. Hier vind je alle benodigde details om een geïnformeerde beslissing te kunnen maken over je aansluiting bij ons groepsaanbod.

 

Uitloopdekking: zonder premie en onbeperkt in tijd

Een zeer positieve ontwikkeling binnen ons groepsaanbod is de aanpassing van de uitloopdekking. Vanaf 1 maart wordt deze belangrijke dekking vrijgesteld van premie en onbeperkt geldig. Dit is een aanzienlijke verbetering, want het betekent dat je, zelfs na het stopzetten van je activiteiten, nog steeds beschermd bent tegen eventuele fiscale controles die betrekking hebben op de periode waarin je verzekerd was.

Deze verandering is ingevoerd om jou als ondernemer een grotere mate van zekerheid en gemoedsrust te bieden. Het is een erkenning van het feit dat fiscale kwesties en controles soms pas jaren na de feitelijke bedrijfsactiviteiten aan het licht kunnen komen. Met deze uitloopdekking ben je verzekerd van continue bescherming, ongeacht de toekomstige ontwikkelingen in je zakelijke leven.

Deze uitgebreide dekking is automatisch van kracht vanaf 1 maart. Je hoeft hiervoor geen extra stappen te ondernemen.

 

Specifieke tariefaanpassingen voor landbouwers

Als je actief bent in de landbouwsector, is het belangrijk om op de hoogte te zijn van de specifieke tariefaanpassingen die zijn doorgevoerd. Vanaf 1 maart 2024 gelden er nieuwe tarieven voor zelfstandigen of vennootschappen die een landbouwactiviteit uitoefenen en voor hun inkomstenbelastingen gebruikmaken van het landbouwforfait. Deze aanpassing is een directe reactie op de unieke financiële situaties en uitdagingen waarmee jij als landbouwondernemer te maken hebt.

De nieuwe jaarlijkse tarieven zijn zorgvuldig vastgesteld om een eerlijke en evenwichtige bijdrage te waarborgen, rekening houdend met de omvang van je bedrijf:

  • Voor zelfstandigen of vennootschappen met een omzet < € 1.000.000 is het tarief vastgesteld op € 750 per jaar.
  • Voor zelfstandigen of vennootschappen met een omzet > € 1.000.000 is het tarief vastgesteld op € 950 per jaar.

Deze tariefaanpassingen zijn een reflectie van de specifieke behoeften en uitdagingen binnen de landbouwsector. Bestaande klanten zullen via e-mail geïnformeerd worden over deze wijzigingen. Voor nieuwe klanten zullen de nieuwe tarieven onmiddellijk van toepassing zijn.

 

Conclusie

De recent doorgevoerde aanpassingen in ons groepsaanbod zijn een directe reactie op de veranderende behoeften van jou als onze klant en de continu evoluerende fiscale omgeving. Het is belangrijk om te begrijpen hoe deze aanpassingen jouw fiscale strategieën kunnen beïnvloeden en welke stappen je kunt nemen om optimaal gebruik te maken van de nieuwe mogelijkheden. Zit je met vragen of onzekerheden? Maak een afspraak met onze Tudors voor meer informatie. 🤝

©  Tudors Accountancy BVBA